2019-2020

Het programma van de VCMS Nederland Master Academy bestaat in 2019-2020 uit de volgende modules, elk bestaande uit twee of drie onderwijsdagen

  • Module 1: Chirurgische anatomie en beeldvorming
  • Module 2: Chirurgische kennis
  • Module 3: Chirurgische praktijk en vaardigheden

Het programma vindt plaats van oktober 2019 tot en met juni 2020.

Module 1.1 Bovenste extremiteitenModule 1.2 De zwangere en haar kindModule 2.1 Evidence-Based SurgeryModule 2.2 Operatie-carrousel: Veroudering in de chirurgieModule 3.1 Trauma opvangModule 3.2 WondgenezingModule 3.3 Forensische geneeskunde

De VCMS Master Academy is zaterdag 19 oktober 2019 officieel van start gegaan met de eerste onderwijsdag van de module ‘Chirurgische Anatomie en Beeldvorming’. De dag stond volledig in het teken van de bovenste extremiteiten en was een mooie afwisseling tussen masterclasses, een workshop echografie en enkele sessies op de snijzaal. In het volgende stukje een terugblik op deze eerste succesvolle onderwijsdag!

Masterclass 1: Anatomie van de bovenste extremiteit

De studenten werden meegenomen in de anatomie door dr. Tom Roeling, anatoom in het UMC Utrecht. De focus lag op de plexus brachialis, waarbij ook de aansturing van de spieren en pezen door de perifere zenuwen aan bod kwamen. Het doel van het college was inzicht te krijgen in de anatomie die nodig is om bij trauma of letsel te kunnen redeneren op welk niveau het letsel zich bevindt. Om dit alles in een juist kader te zetten, werden ook algemene ossale structuren en spiergroepen herhaald.

Masterclass 2: De klinische blik

Hoe kan je met klinische observatie vaststellen wat er mis is bij een trauma van de bovenste extremiteit? Wat voor traumatische letsels worden gepresenteerd op de SEH voor de plastisch chirurg? En hoe los je deze letsels vervolgens op? Dr. A.H. Schuurman, plastisch chirurg in het UMC Utrecht gaf de antwoorden op deze vragen gedurende het tweede college; de klinische blik die tot een diagnose leidt.

Snijzaal casuïstiek

Na de masterclasses over de anatomie en de klinische blik, ging een deel naar de snijzaal om de net verkregen leerstof toe te passen op preparaten. De snijzaal was in twee delen verdeeld. De focus lag bij de ene helft op de plexus brachialis en perifere zenuwen. Hierbij werd de anatomie van de nervi in de bovenste extremiteit bestudeerd aan de hand van preparaten en casussen over mogelijke pathologie. Het tweede deel belichtte de handanatomie aan de hand van preparaten en casussen over de fysiologie en enkele traumatische aandoeningen zoals een malletvinger en scaphoidfractuur. In totaal rouleerden de studenten tussen zes stations waarbij er steeds andere casuïstiek behandeld werd. Het was een enorm leerzame sessie begeleid door enkele student-assistenten uit Amsterdam UMC, locatie AMC!

Intermezzo: Blessure repertoire van de musicus

Dr. Boni Rietveld, vroeger orthopeed en tevens getalenteerd musicus, behandelde vele musici gedurende zijn carrière. Tijdens dit intermezzo projecteerde hij zijn kennis vol enthousiasme op onze leden. Want hoe lopen violisten, trompettisten en pianisten blessures op? Welke anatomische structuren zijn hier precies bij aangedaan? Het was een muzikaal getint intermezzo waarbij de muziekgeneeskunde aan bod kwam en Dr. Boni Rietveld door middel van een demonstratie met een viool, gitaar en dwarsfluit antwoord gaf op bovenstaande vragen. Nogmaals dank aan Eduard Fu, Anna Boukje Veldman en onze commissaris Public Relations Arwin Zebardast voor het geven van deze demonstraties!

Workshop echografie

Niet alleen de anatomie werd behandeld, ook de beeldvorming die hierbij komt kijken werd bellicht. In deze workshop leerden de studenten hoe echoapparatuur gebruikt wordt bij diagnostiek van letsels aan de bovenste extremiteit en hoe je de verschillende weefsels van elkaar kan onderscheiden. Met een casus werd gekeken hoe je in de echogeleid kan puncteren. Tevens waren er casussen over anesthesie bij ingrepen aan de bovenste extremiteit en casussen over het beoordelen van een X-hand. Deze sessie werd begeleid door Bas Boekestein en Jan van der Voet, waarvoor nogmaals hartelijk dank!

Wegens het SARS-CoV-2 pandemie is deze onderwijsdag verplaatst naar het Master Academy programma van 2020-2021

Waar kom ik vandaan? Hoe ben ik geworden wie ik ben? Het zijn voorbeelden van vragen die ieder mens zich wel eens stelt; vragen waar op filosofisch of levensbeschouwelijk vlak nog weinig consensus over is. Wat betreft de fysiologie van de vrouwelijke reproductie weten we gelukkig wél een hoop. Dat is dan ook precies hetgeen dat tijdens deze veelomvattende module nader wordt bekeken. In plenaire sessies verdiepen de leden zich in de anatomie van het vrouwelijke voortplantingsstelsel, zowel theoretisch als klinisch. Welke fysiologische veranderingen vinden er plaats in het lichaam van de zwangere en het nieuwe leven dat zich in dit lichaam vormt? Welke klinische implicaties brengen deze veranderingen met zich mee? Hoe werkt het delicate samenspel tussen de bekkenanatomie en een baring? Wat zijn de (chirurgische) opties wanneer dit samenspel niet zuiver verloopt? Later op de dag zullen de leden de relevante anatomie nogmaals bestuderen op de snijzaal. Al met al een onderwijsdag waarop de moeder in het zonnetje wordt gezet, en dat is ook voor vaders interessant.

Hoe kan een nieuwe chirurgische ingreep de huidige gouden standaard vervangen? Hoe kan je ervoor zorgen dat de patiënt nieuwe ingrepen vertrouwd? Afgelopen zaterdag, 11 januari 2020, werd het thema ”Evidence-Based Surgery” behandeld tijdens module 2.1 in het Radboudumc.

 

Explaining evidence

Het eerste gedeelte van de dag ging over de vraag “Hoe kom je aan het bewijs voor het belang van bepaalde chirurgische ingrepen?” Dr. M.G.J.S. Hageman, mede-oprichter van PATIENT+, stond tijdens de eerste masterclass stil bij de principes van ‘shared decision making’ en het bespreken van evidence van chirurgische ingrepen. Gedeelde besluitvorming is namelijk één van de drie onderdelen van Evidence-based Surgery. Het omvat de expertise van de chirurg, de beschikbare evidence en de voorkeur van de patiënt.

Vervolgens ging prof. dr. C. Rosman, hoogleraar Minimaal Invasieve Chirurgie in het Radboudumc, in op Evidence-based Surgery aan de hand van chirurgische casuïstiek. Deze casuïstiek ging over een nieuwe slokdarm anastomosetechniek die enkele jaren geleden door het Radboudumc als eerste in Nederland is ingevoerd. Hierbij werd gekeken naar de verschillen tussen de cervicale en thoracale anastomosen.

Workshops

Na deze twee colleges, werden de studenten in twee groepen opgesplitst.Het ene deel volgde een workshop onder leiding van dr. N.H. Geesink, die de EASYcare in Geriatric Onco-surgery (EASY-GO) ontwikkelde. Aan de hand van casuïstiek werd het besluitvormingsproces bij de oudere patiëntengroep met kanker interactief besproken.

De andere helft ging in samenwerking met PATIENT+ onder leiding van dr. M.G.J.S. Hageman de uitdaging aan om te leren over chirurgische keuzehulpen en deze zelf ook op te stellen.

Obtaining evidence

In de middag werd de overstap van wetenschap naar kliniek gemaakt en werd er stilgestaan bij de manier waarop een chirurg bewijsmateriaal met betrekking tot chirurgische ingrepen vertaalt in de spreekkamer. De evidence voor een ingreep is leidend voor het handelen van een chirurg. Dr. D.J. Swank voerde in 2003 bij patiënten met chronische abdominale pijn een placebogecontroleerde chirurgische trial uit. In de derde masterclass legde hij uit hoe bij de interventiegroep de adhesies laparoscopisch werden opgeheven en bij de placebogroep alleen een diagnostische laparoscopie plaatsvond. Het onderzoek  is een mooi voorbeeld van hoe placebo-chirurgie toegepast werd.

In de vierde masterclass werd duidelijk gemaakt dat het verkrijgen van evidence voor een operatie veel methodologische en praktische uitdagingen kent. Prof. dr. M.M. Rovers belichtte de verschillen tussen farmaceutisch en chirurgisch onderzoek, waarbij verder ingegaan werd op het IDEAL-framework.

Discussieronde

Om de dag af te sluiten, vond er een plenaire sessie plaats onder leiding van prof. dr. J.H.W. de Wilt, hoogleraar oncologische chirurgie en tevens oncologisch chirurg te Radboudumc. De stellingen die aan bod kwamen werden bediscussieerd waarbij zowel de leden als de specialisten samen hun visies toonden. Want moet er meer gebruik gemaakt worden van placebo-chirurgie? Is de RCT de gouden standaard? En moet er überhaupt altijd een RCT plaatsvinden vooraleer iets evidence-based is? Een waardevolle afsluiter van de dag.

 

Wij willen iedereen nogmaals hartelijk danken die heeft geholpen om deze dag mogelijk te maken en uiteraard ook de studenten die aanwezig waren.

Omdat onze operatie-carrousel over veroudering in de chirurgie helaas niet kon plaatsvinden in het LUMC vanwege het SARS-CoV-2 pandemie, hebben wij deze omgetoverd tot een E-module.

Introductie
Ouder worden: het hoort bij het leven. Echter, wat komt hier voor een arts bij kijken? Hoe verandert de leeftijd de patiënt het daarbij behorend chirurgisch behandelplan? Deze vragen werden onder andere besproken tijdens de inleiding van de E-module operatie-carrousel. Tevens werd er vanuit filosofisch standpunt ingegaan op het ouder wordende lichaam. Prof. dr. Wobbes deelde hierover graag zijn expertise via een video. De introductie werd afgesloten met een heel persoonlijk patiëntenperspectief; wat doet ouder worden met de mens achter de patiënt?

In vier bijhorende E-learnings, waarvan de leden elke zaterdag een nieuwe ontvingen, kwamen er vier ziektebeelden aan bod die te maken hebben met het ouder wordende lichaam. Er werd inzicht verkregen in de hernia inguinalis bij de verzwakte buikwand, de heupfractuur en trauma capitis bij de gestruikelde geriatrische patiënt en de gynaecologische prolaps bij de postmenopauzale vrouw.

Na een introductie van de oudere chirurgische patiënt, werd er gestart met de hernia inguinalis bij de verzwakte buikwand. In deze interactieve E-learning doorlopen we uitgebreid de anatomie van de buikwand en het lieskanaal, de pathofysiologie achter de hernia, de liesbreuk in de spreekkamer en uiteraard de behandelmogelijkheden. Er werd chirurgisch ingegaan op zowel de open technieken als laparoscopische technieken. De E-learning werd afgesloten met een keuzehulp en enkele testvragen.
Deze E-learning werd door dr. Heemskerk, chirurg in het Laurentius ziekenhuis Roermond, van feedback voorzien, waarvoor nogmaals hartelijk dank.

Uiteraard kon de neurochirurgie en daarbij het trauma capitis bij de geriatrische patiënt niet ontbreken! In deze E-learning doorliepen onze masterleden de belangrijkste anatomie, pathofysiologie van het trauma capitis, het trauma capitis op de SEH en uiteraard de verschillende neurochirurgische interventies. Het epiduraal, acuut en chronisch subduraal hematoom stonden centraal. Door middel van mooie illustraties en video’s, werden de verschillende neurochirurgische interventies verhelderd. We sloten de E-learning af met enkele testvragen om de opgedane kennis te toetsen.
Deze E-learning werd door drs. van Lanen, AIOS neurochirurgie in het MUMC+ van feedback voorzien, waarvoor nogmaals dank.

De derde E-learning omvatte de gynaecologische prolaps. In deze interactieve E-learning doorliepen we uitgebreid de anatomie van het bekken en de vagina, de pathofysiologie achter de prolaps met daarbij de verschillende compartimenten, de prolaps in de spreekkamer en uiteraard de verschillende operaties van zowel het voorste, middelste als achterste compartiment. Het was een interactieve E-learning met veel procedures en videomateriaal, welke afgesloten werd met een keuzehulp en testvragen.
Deze E-learning werd door dr. Spaans, gynaecoloog in het MUMC+ van feedback voorzien, waarvoor nogmaals dank.

De laatste E-learning behandelde de heupfractuur bij de geriatrische patiënt. Hierbij stond de proximale heupfractuur centraal. We doorliepen de anatomie van de onderste extremiteiten, de pathofysiologie met hierbij de soorten fracturen en fractuurgenezing, de fractuur op de SEH met uitgebreide beeldvorming en uiteraard de behandelmogelijkheden. Bij het operatieve deel werd er gefocust op de heupprothese, waarbij zowel een ongecementeerde totale heupprothese als een gecementeerde kop-hals prothese stap-voor-stap werd toegelicht. Ook deze E-learning sloten we af met een reeks testvragen.
Deze E-learning werd door dr. Broekhuis, orthopedisch chirurg in het LUMC van feedback en een samenvattend college voorzien, waarvoor nogmaals dank.

Het was een uitdaging om de oorspronkelijke operatie-carrousel om te toveren tot een E-module, maar het is gelukt! Alle stappen, van anatomie tot aan de chirurgische procedures, werden doorlopen inclusief de pre-, per- en postoperatieve aspecten van het onderwerp. Het was een ideale E-module om de specifieke casuïstiek van voor tot achter te leren kennen en inzicht te krijgen in de verschillende factoren die een rol spelen bij oudere patiënten. Wij hopen dat onze masterleden gedurende deze maand net zo veel hebben geleerd als wij!.

 

De tweede onderwijsdag van de VCMS Master Academy heeft afgelopen zaterdag plaatsgevonden in het VUmc te Amsterdam. De dag stond volledig in het teken van de traumaopvang en was een mooie afwisseling tussen masterclasses, een demonstratie en verschillende workshops. In het volgende stukje een terugblik op deze praktische onderwijsdag!

Masterclass 1: De geschiedenis van de ABCDE-methodiek

Prof. dr. F.W. Bloemers, traumachirurg aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc en Chirurgisch Consulent van AFC Ajax, legde in deze masterclass bondig uit hoe de ABCDE-methodiek is ontstaan en waar de aandachtspunten bij de opvang liggen. Verder ging hij in op het ontstaan van deze methodiek en het belang hiervan.

Masterclass 2: Van ongeval tot traumakamer

De tweede masterclass, wederom verzorgd door Prof. dr. Bloemers, ging dieper in op het proces wat vooraf gaat aan een trauma opvang. Het was een masterclass gebaseerd op persoonlijke ervaringen, gezien Bloemers jaren op de helikopter heeft gewerkt als lid van het Heli-team. Vol enthousiasme vertelde hij anekdotes over zijn dagelijks leven en toonde hij enkele casussen.

Vervolgens was het tijd voor een heerlijke lunch die we dankzij prof. dr. Bloemers in naam van de afdeling heelkunde konden nuttigen!

Intermezzo: Damage Control

Het intermezzo onder leiding van drs. Frank Hoexum, AIOS chirurgie met differentiatie traumachirurgie, stond in het teken van ‘Damage Control Surgery’. De studenten leerden alles over de ‘lethal triad’ en hoe soms een patiënt helaas niet te redden valt. Een theoretisch onderbouwde verdieping over intrigerende chirurgie!

Demonstratie traumaopvang

Na de verschillende colleges, kregen de studenten nog een kans om te observeren vooraleer zelf te praktiseren. Hoe werkt zo’n trauma opvang? In deze simulatie onder leiding van anesthesioloog drs. H. Christiaans en Senned Karrar werd een LOTUS-patiënt opgevangen na een fictieve TS. Systematisch werd de ABCDE afgegaan en werd duidelijk hoe de letters vertaald worden naar de praktijk.

Workshops traumaopvang

Na de verschillende colleges en de demonstratie, waren de studenten zelf aan de beurt om aan de slag te gaan. 12 begeleiders, 10 groepen, 8 LOTUS patiënten, 5 letters, 4 keer oefenen en 2 Simlab-poppen kwamen er aan te pas om de ABCDE-opvang onder de knie te krijgen. De studenten rouleerden tussen verschillende ruimtes in het AUMC, locatie VUmc en konden uiteindelijk vier casussen oefenen. Eerst werd geoefend per letter om nadien per functie zoals een echt traumateam te werk te gaan. Ze hebben goed hun best gedaan en naast de theoretische ook de praktische kant kunnen ervaren.

De workshops vonden plaats onder leiding van onze ervaring begeleiders, dr. Ivo Post, dr. Stef Bouman, drs. Christiaans, dr. Lizzy Ooms, drs. Sharon Oud, Amaran Suntharan, Sil Courant, Quinten Dellaert, Senned Karrar, Tugce Atalik, Charlotte Reuijl en Kay Kistemaker, wie wij nogmaals hartelijk willen bedanken!

 

Om een patiënt weer tevreden naar huis te kunnen laten gaan, is een goede wondgenezing van groot belang. Ideale condities voor de wondgenezing werden behandeld gedurende deze module, die afgelopen zaterdag plaats vond in het UMC Utrecht. Wonden zijn erg divers en uiteenlopend, vandaar dat herkenning en een daarop aangepaste behandeling erg belangrijk zijn. Tijdens zowel masterclasses als workshops werd ingegaan op de verschillende aspecten hiervan. Verder kwam er een aantal bekende en minder bekende behandeltechnieken aan bod die onmisbaar zijn binnen de wondgenezing. Tot slot kwamen er natuurlijk ook een aantal chirurgische vaardigheden kijken bij de wondgenezing, welke werden uitgedaagd en verbeterd tijdens de workshops.

Een overzicht van de gegevens workshops en masterclasses is te vinden in volgende terugblik.

Masterclass 1: Condities voor wondgenezing
Wat zijn nou de ideale condities voor wondgenezing en hoe creëer je deze condities bij de patiënt? Dit zijn vragen waar vaatchirurg ​dr. J. Oskam antwoord op gaf. Er werd ingegaan op de verschillende factoren die de wondgenezing bevorderen of juist laten stagneren en hoe deze beïnvloed kunnen worden. Daarnaast kwamen de verschillende fasen van de wondgenezing aan bod. Hij belichtte het feit dat wondgenezing een onderbelicht onderdeel van de chirurgie is waardoor onderzoek lang heeft stilgestaan. Wat vooral onthouden moet worden: Keep It Simple!

Masterclass 2: Wondinfecties en therapie
Wondbioloog ​drs. H.J. Smit vertelde ons meer over de microbiologie rondom de wonden. Hij lichtte met anekdotes en grafische afbeeldingen het ontstaan en het verloop van wondinfecties toe en vertelde welke processen nou precies plaatsvinden in een wond en welke gevolgen deze met zich mee dragen. Om de uiteindelijke wondzorg en de genezing optimaal te begrijp, is kennis hierover namelijk cruciaal.

Intermezzo: Hyperbare zuurstoftherapie bij wondgenezing
Prof. dr. R.A. van Hulst is gespecialiseerd in de duikgeneeskunde en de hyperbare zuurstoftherapie. Hij nam ons mee in de werking van de hyperbare zuurstof therapie waar prof. Boerema in 1957 de grondvesten voor heeft gelegd en hoe deze de genezing van wonden beïnvloedt. Tevens werd ingegaan op wat de invloed is van de combinatie van de 100% zuurstof en de drukverandering op de patiënt. Tot slot lichtte hij toe voor welke indicaties en patiëntengroepen de therapie geschikt is.

Masterclass 3: Niet sluiten wonden
Sommige wonden sluit je met een simpele hechting, maar er kan ook veel meer bij komen kijken tijdens bijvoorbeeld grote traumatische wonden of congenitale defecten. Tijdens deze masterclass gaf plastisch chirurg dr. E.C. Paes ons aan wat een lastig of niet te sluiten wond is en hoe hier het best mee omgegaan kan worden. Een uitgebreide uitleg werd gegeven over de chirurgische technieken die tot de reconstructieve ladder behoren. Van directe sluiting van een wond tot een rhomboidlab en gracillislap, werd de toepassing en de meerwaarde hiervan voor de patiënt uitgelegd.

 

Workshops

Workshop 1: ”Debridement”
Tijdens deze workshop ging ​dhr. M. Warbout in op de fijne kneepjes van het debrideren. Een schoon geaviveerd wondbed en -randen zijn immers van groot belang voor een goede genezing van een wond. Studenten konden met een curette debridement weghalen uit “wonden” op varkenspoten. Hierbij werd geleerd hoe de wondomgeving geoptimaliseerd kan worden voor de wondgenezing en wat nou precies wordt verstaan onder schone wondranden.

Workshop 2: ”Coagulatie bij elektrochirurgie”
Coaguleren is een veel gebruikte techniek waar menig wond zijn oorsprong vindt en daarom is het ook zeker handig om er het fijne van te weten. Tijdens deze workshop werd ons meer verteld over het verschil tussen ‘cut’ en ‘coagulate’ en de toepassing hier van Dr. ir. A.I. Rem​ liet iedereen zelf aan de slag gaan om het coaguleren uit te proberen.

Workshop 3: ”Negative pressure wound therapy”
Bij ‘negative pressure wound therapy’ worden wondranden middels negatieve druk naar elkaar toe getrokken. Tijdens de workshop van GD Medical legden ​mw. I. Evers en mw. A. van Roosmalen ons uit hoe dit precies in zijn werk gaat. Daarna was er uitgebreid de mogelijkheid om zelf te oefenen met het aanleggen van het systeem.

Workshop 4: ”Herkennen van een wond en de behandeling”
Wonden zijn divers en zijn er in alle soorten en maten. Onderscheid maken tussen verschillende soorten wonden kan daarom van belang zijn en ook bepalend zijn voor de aangewezen behandeling. In deze workshop lichtte ​dhr. D. de Bie van een aantal wonden toe hoe je deze kan herkennen en welke therapie hiervoor het meest geschikt is. Met behulp van het schema waarin duidelijk werd wat de juiste behandeling is bij elke wond, werden op interactieve wijze enkele casus doorgelopen.

Wij willen iedereen nogmaals hartelijk danken die heeft geholpen om deze dag mogelijk te maken en uiteraard ook de studenten die aanwezig waren.

Vanwege het SARS-CoV-2 pandemie was de oorspronkelijke onderwijsdag ”Minimaal invasieve chirurgie”gecancelled. Uiteindelijk is er gekozen voor een nieuw onderwerp, namelijk de ”forensische geneeskunde”. Hiervan is er wederom een uitgebreide E-module gemaakt.