Dec: Intensive Care

Introductie

Veel chirurgische patiënten zullen na hun operatie op de intensive care terecht komen, omdat ze intensieve en gespecialiseerde zorg nodig hebben. Op een afdeling Intensive Care kunnen deze patiënten 24 uur per dag intensief worden bewaakt en behandeld. Vaak zijn een of meerdere lichaamsfuncties uitgevallen of worden bedreigd. Apparatuur neemt dan een groot deel van de lichaamsfuncties over.

Geschiedenis van de intensive care
Het concept van de intensive care is ontstaan in Copenhagen tijdens de vernietigende Polio-epidemie die daar woedde in 1952, die resulteerde in honderden slachtoffers door respiratoir falen. Meer dan 300 patiënten lagen meerdere weken aan de mechanische beademing. Deze beademing werd verzorgd door 1000 medische en tandheelkundige studenten, die de patiënten handmatig beademden via een tracheotomie (hier kregen zij omgerekend ongeveer €2,00 per dienst voor betaald). In 1953 werd daarom de eerste intensive care unit opgericht door de anesthesioloog Bjorn Ibsen, die ervan overtuigd was dat beademing met positieve drukken de juiste behandeling was voor deze patiënten. De mortaliteit van de Polio-epidemie nam hierdoor af van 80% naar ongeveer 40%.

Om de patiënten aan de beademing te kunnen monitoren werd de Astrup uitgevonden, een methode die vandaag de dag nog steeds wordt gebruikt om de pH, pCO2 en pO2 te bepalen. Deze technologie werd uitgevonden door de Deense Brouwerij Carlsberg, met de hulp van enkele artsen.

De moderne intensive care unit ontstond in 1960 in Los Angeles, aan de Universiteit van Zuid-Californië in Amerika. Hier richtte Max Harry Weil een “shock ward” van vier bedden op. Tijdens de jaren 60 en 70 verspreidde deze kennis zich over Europa en werden vergelijkbare afdelingen opgericht. In de 20 jaar daarna groeide het specialisme tot het multidisciplinaire team waar het intensive care team hedendaags uit bestaat, met gespecialiseerde verpleegkundige, fysiotherapeuten, farmacotherapeuten, diëtisten, technici, radiologen, microbiologen en artsen.

In de jaren 80 werd een scoresysteem opgericht, de Acute Physiology and Chronic Health Evaluation II score, of APACHE II score. Dit score systeem wordt nog steeds veel gebruikt in (chirurgisch) onderzoek om verschillende cohorten met elkaar te vergelijken.

Op de intensive care unit van vandaag zijn we in staat om patiënten langdurig te ondersteunen en zelfs de functie van meerdere orgaansystemen over te nemen. Er worden op de IC dan ook meer en invasieve medische interventies verricht dan op de algemene afdelingen, hoewel het adagium van “less is more” op de intensive care unit tegenwoordig regeert. Er worden longbeschermende beademingstechnieken gebruikt (lage tidal volumes en lagere piek- en plateau drukken), er wordt een lagere mean arterial pressure (MAP) en cardiac output waarden geaccepteerd, patiënten worden minder diep gesedeerd en er wordt minder bloed getransfundeert.

Opleiding in Nederland
De aanvullende opleiding tot intensivist bestaat sinds 1994. Momenteel staat deze opleiding open voor anesthesiologen, internisten, neurologen, neurochirurgen, longartsen, cardiologen en chirurgen. Voor alle opleidingen geldt een totale opleidingsduur van 24 maanden, waarin minstens ervaring opgedaan moet worden in de interne, chirurgische, cardio-chirurgische en neurologische/neurochirurgische Intensive-Care-geneeskunde.

Verreweg de meeste intensivisten in Nederland zijn internist of anesthesioloog. In Nederland wordt de opleiding aangeboden in alle academische ziekenhuizen: het VUmc, AMC, Erasmus MC, UMC Groningen, UMC Utrecht, LUMC (Leiden), Radboudumc, Academisch ziekenhuis Maastricht en in het niet-academische ziekenhuis OLVG. De opleiding wordt beoordeeld en gecontroleerd door de Gemeenschappelijke Intensivisten Commissie (GIC).

Video's

Vasopressie


Sedatie


 

Mechanische ventilatie


Ventilator settings


Ventilator alarm


Zuurstoftherapie


Shock


Centrale lijnen


Intubatie


Monitoren


Sepsis


X-thorax

Literatuur

“Landmarkstudies”

PROTECT study: Dalteparin versus unfractionated heparin in critically ill patients. 

Early revascularization in acute myocardial infarction complicated by cardiogenic shock. SHOCK Investigators. Should We Emergently Revascularize Occluded Coronaries for Cardiogenic Shock.

Hydroxyethyl starch or saline for fluid resuscitation in intensive care.

CRISTAL study: Effects of fluid resuscitation with colloids vs crystalloids on mortality in critically ill patients presenting with hypovolemic shock: the CRISTAL randomized trial.

EPaNIC study: Early versus late parenteral nutrition in critically ill adults.

SOAP II study: Comparison of dopamine and norepinephrine in the treatment of shock.

TRICC study: A multicenter, randomized, controlled clinical trial of transfusion requirements in critical care. Transfusion Requirements in Critical Care Investigators, Canadian Critical Care Trials Group.

Transfusion for acute upper gastrointestinal bleeding.

Sclerotherapy with or without octreotide for acute variceal bleeding.

DECRA study: Decompressive craniectomy in diffuse traumatic brain injury.

TracMan study: Effect of early vs late tracheostomy placement on survival in patients receiving mechanical ventilation: the TracMan randomized trial.

CRASH-2 study: Effects of tranexamic acid on death, vascular occlusive events, and blood transfusion in trauma patients with significant haemorrhage (CRASH-2): a randomised, placebo-controlled trial.


Journals

Eerst inloggen via de universiteit
AMC|VUmc|Groningen|Leiden|Maastricht|
Nijmegen|Rotterdam|Utrecht|

Cijfers en Feiten

  • Gemiddeld heeft een intensive care in Nederland 14 bedden met 6 intensivisten en 46 verpleegkundigen. Van alle opnames op de IC is de chirurgische patiënt de grootste populatie, met maarliefst 36,8% geplande chirurgie en daarnaast is 12,2% van de patiënten die wordt opgenomen spoed chirurgie.
  • De chirurgische patiënten die het meest worden opgenomen zijn de cardiothoracale chirurgie patiënten (29,2%), gevolgd door patienten die een gastrointestinale operatie voor een maligniteit ondergaan (7,5%). Op de 3e en de 4e plaats staan aneurysmata en thoracotomiën als opname indicatie.
  • De mediane behandelduur op de IC voor geplande chirurgische patiënten is 0,9 dagen, terwijl de mediane behandelduur voor spoedoperaties 1,7 dagen is.

(Bron: NICE registratie: https://www.stichting-nice.nl/datainbeeld/public?year=2015&subject=SURGICAL&hospital=-1&icno=0)

  • Ongeveer 15 procent van de patiënten overlijdt. Op academische IC’s ligt dat percentage iets hoger vanwege de complexiteit van de patiënten die daar worden behandeld.
  • Bij 87 procent van deze sterfgevallen werd besloten de behandeling te staken. De overige 13% overleed tijdens de behandeling, bijvoorbeeld door een acute hartstilstand of bloeding. Na staking overlijdt 50% binnen een half uur en 80% binnen een uur.
  • Gemiddeld ligt een patiënt 6,95 dagen op de IC. Vaak hebben zij drie tot vier organen die falen.
  • De gemiddelde leeftijd van een patiënt op een IC is 70 jaar
  • Morfine bespoedigt het sterven niet. Patiënten lijken juist langer te leven doordat het lichaam kan ontspannen en daardoor minder snel uitgeput raakt

(Bron: Proefschrift Jelle Epker ‘De dood en sterven op de Intensive Care’)

Congressen

9 februari 2017 – vrijdag 10 februari 2017
Intensivistendagen 2017

14 september 2017
NVIC Najaarscongres 2017

21 maart 2017 – 24 maart 2017
37th International Symposium on Intensive Care and Emergency Medicine (ISICEM), Brussels, Belgium

Vorige thema's

Disclaimer:
VCMS Nederland en haar afdelingen hebben geen rechten op het materiaal dat bij de “Maandthema’s” naar voren komt. Tevens verklaren VCMS Nederland en haar afdelingen dat zij niks heeft aan te geven en geen aandelen heeft in de vertoonde informatie op deze pagina’s.
The Dutch Surgical Society for Medical Students and her satellite divisions have nothing to disclose.